,,Twee in spijkerbroek, de ander een donkere broek, één met een mutsje, donkere jacks... Nee het plastic tasje zie ik niet meer.’’
Nietsvermoedend was ik de Korte Begijnestraat ingewandeld, toen ik achter mij iemand per telefoon beschrijvingen hoorde doorgeven van drie figuren vóór me. Ik liep middenin een achtervolging!
De drie types bleven kalm doorlopen. Om de hoek splitsten de drie zich: één de Lombardsteeg in, één de Wijde Appelaarsteeg en één rechtdoor. Slim hoor. Maar vlak mij in zo’n situatie niet uit. Ik had in de gauwigheid mooi twee van de boefjes op de foto gezet!
Toen ik ze vier tellen later alle drie uit het oog was verloren, bekeek ik de foto op m’n cameraschermpje. Het was een zelfs voor mijn doen vreselijk beroerde want bewogen foto van twee dievenruggen. Wat een sof.
Inmiddels was er van alle kanten politie gearriveerd. Beschroomd liet ik twee agenten de foto zien. Ik had een beetje het idee dat ‘t was mijn gevoelens te sparen, maar ze wilden gráág dat ik ‘m naar de Koudehorn bracht.
Op weg naar het bureau schoot me de opmerking over het plastic tasje te binnen. Die hadden de boefjes dus kennelijk weggegooid. Op goed geluk keek ik rond. Hopend. En jawel: op het dekzeil van een sloep in de Bakenessergracht lag de tas!
Het bleek niets van ook maar enige waarde te bevatten, maar ik had goddank méér om mee aan te komen dan alleen een vage, bewogen foto.
Op het bureau kon ik de eigenaar blij maken met het tasje, deed mijn relaas aan de verbalisant en hoorde dat twee van de dieven inmiddels waren opgepakt. Eind goed al goed. En ik was een verhaal voor in het café rijker.
(Ook geplaatst in rubriek 60 Seconden, Haarlems Dagblad)
En dan nu de bewuste foto:
Maar was het nou echt zo'n nutteloze foto? Ha! Zie hier het persbericht van de politie Kennemerland een dagje later:
Zie ook hier: Webregio.
woensdag 12 januari 2011
maandag 3 januari 2011
Mooie zondag, wel
Goedbeschouwd was het een ideale zondag gisteren.
Na het uitslapen, ontbijten en wat aanrommelen begon ik om kwart voor twee aan een stevige wandeling door de duinen: eerst stad door, toen Brouwersvaart af, Houtmanpad, naar Kraantje Lek, Visserspad, vlak voor Zandvoort via tunneltje spoor onderdoor, doorlopen naar Bloemendaal aan Zee, Zeeweg over, bij Parnassia duinen weer in, via Vogelmeer naar Koevlak, en via Bloemendaal en Zijlweg weer de stad in. Een tochtje van vierenhalf uur. Ik kwam onderweg onder andere één wethouder, één bekende uit Koops, te veel loslopende honden en kinderen, een stuk of wat konijnen en twee Schotse Hooglanders tegen. Geen hert - daar schijn je dan toch weer het dorp Zandvoort voor ín te moeten.
Het begon op een gegeven moment wel donker te worden. Wat een mooi plaatje opleverde bij 't Wed, maar het er niet direct makkelijker op maakte om de uitgang te vinden.
Ter hoogte van de brandweerkazerne aan de Zijlweg liep ik het dilemma in: netjes naar huis, keurig op tijd voor een fatsoenlijk bord eten, of toch even wat nieuwjaarswensen overbrengen in Koops?
Toen ik even later in de Damstraat Bies van Ede lurkend aan een sjekkie tegenover zijn eigen paal zag hangen, kon ik er niet meer onderuit. En toen wat later Lodewijk Wiener binnen kwam wandelen, heb ik aangenaam aangezeten bij een mooie verhitte discussies tussen twee Haarlemse schrijvers. Over hoe ver je kunt gaan in fictie. Volgens Wiener is Van Ede in een boek véél te ver gegaan in zijn fantasie over een urn met as van Slauerhoff. Wiener heeft 'm daar in een stuk op aangevallen, maar verhaspelde daarbij de titel van het boek (dat Slauerhoff compleet heet trouwens, wat Wiener er van maakte, weet ik niet). Volgens Bies had dat gefantaseer natuurlijk wél degelijk een doel gehad en was het dus zeer zeker geoorloofd geweest. Kortom: heerlijk geestesvoer voor bij een biertje.
Dat fatsoenlijk bord eten werd een late kom erwtensoep.
En Freek de Jonge heb ik gemist.
Na het uitslapen, ontbijten en wat aanrommelen begon ik om kwart voor twee aan een stevige wandeling door de duinen: eerst stad door, toen Brouwersvaart af, Houtmanpad, naar Kraantje Lek, Visserspad, vlak voor Zandvoort via tunneltje spoor onderdoor, doorlopen naar Bloemendaal aan Zee, Zeeweg over, bij Parnassia duinen weer in, via Vogelmeer naar Koevlak, en via Bloemendaal en Zijlweg weer de stad in. Een tochtje van vierenhalf uur. Ik kwam onderweg onder andere één wethouder, één bekende uit Koops, te veel loslopende honden en kinderen, een stuk of wat konijnen en twee Schotse Hooglanders tegen. Geen hert - daar schijn je dan toch weer het dorp Zandvoort voor ín te moeten.
![]() |
| Schotse Hooglanders |
![]() |
| 't Wed zondag om even na 17 uur. |
Het begon op een gegeven moment wel donker te worden. Wat een mooi plaatje opleverde bij 't Wed, maar het er niet direct makkelijker op maakte om de uitgang te vinden.
Ter hoogte van de brandweerkazerne aan de Zijlweg liep ik het dilemma in: netjes naar huis, keurig op tijd voor een fatsoenlijk bord eten, of toch even wat nieuwjaarswensen overbrengen in Koops?
Toen ik even later in de Damstraat Bies van Ede lurkend aan een sjekkie tegenover zijn eigen paal zag hangen, kon ik er niet meer onderuit. En toen wat later Lodewijk Wiener binnen kwam wandelen, heb ik aangenaam aangezeten bij een mooie verhitte discussies tussen twee Haarlemse schrijvers. Over hoe ver je kunt gaan in fictie. Volgens Wiener is Van Ede in een boek véél te ver gegaan in zijn fantasie over een urn met as van Slauerhoff. Wiener heeft 'm daar in een stuk op aangevallen, maar verhaspelde daarbij de titel van het boek (dat Slauerhoff compleet heet trouwens, wat Wiener er van maakte, weet ik niet). Volgens Bies had dat gefantaseer natuurlijk wél degelijk een doel gehad en was het dus zeer zeker geoorloofd geweest. Kortom: heerlijk geestesvoer voor bij een biertje.
Dat fatsoenlijk bord eten werd een late kom erwtensoep.
En Freek de Jonge heb ik gemist.
![]() |
| Bies van Ede en Lodewijk Wiener: 'Jij gelijk of ik gelijk? |
vrijdag 31 december 2010
Kristallnaach
zondag 26 december 2010
Zout
Terwijl ik tijdens mijn kerstontbijt een klein beetje zout op mijn net gepelde eitje strooi, verbaas ik me nog weer eens over wat mijn eigen krant afgelopen week wist te melden. Over zout. Niet minder dan 600 ton zout was er de afgelopen dagen in de straten van Haarlem uitgestrooid om de gladheid te bestrijden. Zeshonderdduizend kilo zout! Waar laat je dat?
Ik kijk naar mijn eitje, dat met een beetje fantasie op een stijfbevroren hoopje sneeuw lijkt, en zie de net gestrooide korrels keukenzout erop glinsteren. Hoeveel zout zou dat nou zijn, in gewicht?
Op kerstavond breng ik al jaren binnen Haarlem zelf mijn kerstkaarten rond, op de fiets. Voor het tweede achtereenvolgende jaar was dat een pittige tocht.
Op kerstavond breng ik al jaren binnen Haarlem zelf mijn kerstkaarten rond, op de fiets. Voor het tweede achtereenvolgende jaar was dat een pittige tocht.
Tussen de woonblokken die zo typisch zijn voor Molenwijk (mijn tante van 82 woont daar) waande ik me op Poolexpeditie. De Hagestraat in de Burgwalbuurt had verdomd veel weg van een bevroren sloot. En zo kwam ik op tal van plekken die niet hadden geprofiteerd van die enorme berg zout die Haarlem als wapen in de sneeuw- en gladheidbestrijding had ingezet.
Tussen de adressen door reed ik noodgedwongen midden op de wél schoongestrooide doorgaande wegen. De wegkanten – met of zonder fietsstrook – waren onbegaanbaar want tijdelijk ingericht voor met zout gelardeerde sneeuwbermen. De fietsoversteekplaats tegenover het Spaarne Ziekenhuis (!) in Heemstede bleek afgesloten met een kniehoge, voor autoverkeer aan de kant geschoven sneeuwhoop. Achter me toeterde een automobilist, die vond dat ik als fietser niets op zijn rijbaan te zoeken had. Toen had ik nog zes kerstkaarten te gaan.
Ik neem een hap van mijn eitje. Hij is precies goed. Ik pak het zoutvaatje. Tijd voor een tweede strooibeurt.zaterdag 25 december 2010
Sti-hille nacht...
Man alleen met kerst, want weekenddienst krant. Nou, dan niet slecht toch? Reebiefstukje, spruitjes met kastanjechampignons en ui, aardappelpuree, wijntje erbij..
Abonneren op:
Posts (Atom)








