donderdag 14 januari 2021

Gevarenspiegel

 

Nieuwe spiegel bij Gravestenenbrug. Maar waarom? © RS
Sinds afgelopen zomer doet de gemeente Haarlem het voorkomen of het oversteken van de Gravestenenbrug een van de aller gevaarlijkste dingen is die je in deze stad kunt doen. Dat was niet de reden waarom deze brug, net als de meeste andere Haarlemse bruggen, de halve zomer buiten gebruik was trouwens. Het was wél de reden om aan weerszijden imposante elektronische schuifhekken te installeren, uitgerust met extra alarmlichten én -bellen.
Waarom de gemeente de Gravestenenbrug als horrorbrug ziet, weet niemand. Als er één ding bijvoorbeeld niet kan bij juist deze dubbele ophaalbrug, is per ongeluk het Spaarne inlopen als hij open staat. Het loopgedeelte staat dan namelijk aan beide kanten als metershoge muur voor je neus.
Maar het was kennelijk nóg niet veilig genoeg.
Aan de oostzijde van de brug is aan de leuning nu een reusachtige ronde, met rood-wit geblokte gevarenrand uitgeruste spiegel gemonteerd. Je zou denken dat dat is zodat je als voetganger het langsrijdend verkeer beter kan zien aankomen, en dat verkeer jou. Niet dat dat echt nodig lijkt: druk is het hier niet. In de woorden van de gemeentevoorlichter afgelopen zomer, toen ik ’m vroeg of het geen probleem is dat wachtend publiek sinds de schuifhekken noodgedwongen de rijbaan blokkeert: ,,Het is niet dat de A9 hier langs gaat...’’
Maar in deze spiegel zie je helemaal geen verkeer aankomen. En dat verkeer jou ook niet. Het enige dat je in de spiegel ziet, is jezelf als je de brug bent overgestoken. Is dit ter waarschuwing achteraf over het enorme risico dat je met dat oversteken nam? Is het om vast te stellen dat de brug die je nét overstak niet tóch open stond? Nooit heb ik me onveilig gevoeld op de Gravestenenbrug. Maar nu voel ik me onzeker. Welke spiegel houdt de gemeente me hier voor? En waarom?!


Eerder geplaatst als 60 seconden in HD van 11 januari

zondag 10 januari 2021

Oude joodse begraafplaats Akendam: een eiland

©RS

Nu de duinen en alles met een koffieuitgiftepunt in het weekend volledig in beslag worden genomen door coronawandelaars, zoek ik andere plekken om er even uit te zijn. Liefst iets bezienswaardigs ter compensatie van de gesloten musea en monumenten. 
 En zo belandde ik deze zondag op de begraafplaats aan de Kleverlaan. En dan met name op het joodse gedeelte, dat op een eiland ligt. Waarom op een eiland eigenlijk?
©RS

Joodse Haarlemmers hadden tot 1770 helemaal geen mogelijkheid hun doden in of bij de eigen stad te begraven. Ze moesten daarvoor naar Amsterdam. Arme joden werden daar op Zeeburg ter aarde besteld, de rijkere op Muiderberg. In 1770 kreeg de joodse gemeente in Haarlem toestemming om te begraven op het Bolwerk, ten oosten van de Nieuw- of Kennemerpoort. Dat is gebeurd tot 1832. In dat jaar opent de nieuwe algemene begraafplaats Akendam (Kleverlaan), ontworpen door landschapsarchitect Jan David Zocher. Het graf van Zocher is daar sinds zijn overlijden in 1870 ook te vinden trouwens. 
©RS

Het opmerkelijke aan deze begraafplaats is - althans voor die tijd – dat alle gezindten er terecht konden. Dat stuitte wel op bezwaren van met name katholieke als joodse kant. Maar de gemeente had niet veel zin erg veel toe te geven. 
 De katholieken werden gerust gesteld met de bouw van een eigen kapel - met het dringende verzoek geen processies over de hele terrein te houden, maar in de buurt van die kapel.

©RS

 De joodse gemeenschep kreeg… een eiland! En ze kreeg de toezegging dat dit joodse gedeelte van de begraafplaats nooit geruimd zou worden. Aldus zie je op de begraafplaats aan de Kleverlaan nog steeds dat eiland met grafstenen die dateren van 1832 tot 1923. 
©RS

Met de komst van de nieuwe synagoge in 1841 groeide de joodse gemeenschap snel in Haarlem. En zo was het joodse deel van de begraafplaats eigenlijk ook al snel aan de krappe kant. Uiteindelijk werd in 1877 een nieuwe joodse begraafplaats aangelegd aan Amsterdamsche Straatweg aan de oostkant van de stad. Ook die bestaat nog steeds en daar wordt nog altijd begraven. 

Op het eiland op de begraafplaats in noord is tot 1923 begraven: in totaal enkele honderden mensen. De joodse begraafplaats op het Bolwerk is in 1960 onder rabbinaal toezicht geruimd. De stoffelijke resten van daar zijn overgebracht naar de begraafsplaats in Oost.
©RS