maandag 14 januari 2013

Jaagpad

Het is een curieus verhaal. De wethouder - van GroenLinks nog wel - staat toe dat zijn ambtenaren illegaal een betonnen parkeerstrook aanleggen op een landelijk gelegen en historisch jaagpad. Met als argument: anders parkeren mensen daar toch wel.
Ik trek die lijn even door en vraag me af: waar gaan we heen als de overheid kennelijk vindt dat ze wetten aan haar laars mag lappen, als ze het particuliere wetsovertreders daarmee wat makkelijker kan maken?
Terug naar het Jaagpad. Hoewel er even verderop een ruime parkeerplaats voor ze ligt, wil een aantal woonbootbewoners per se in de groene strook langs het pad parkeren. Dat is immers een paar meter minder ver lopen. Maar dat mag dus niet, dat parkeren daar. Willen de direct omwonenden ook niet.
Toegegeven, de gemeente heeft geprobeerd dat verbod te handhaven. Door in het groen boomstammetjes neer te leggen. Lekker landelijk. Geheel in stijl van de lichte wetteloosheid die er in dit gebied toch al geldt (met illegaal gebouwde schuurtjes en huizen, en ingepikte stukken gemeentegrond) verdwenen die boomstammen echter binnen de kortste keren doodleuk ergens in een open haard. Op zich komisch.
Maar om de foutparkeerders dan maar te belonen met een illegaal aangelegde betonnen parkeerstrook, is te bizar. Niet te handhaven? Een eenvoudig, beweegbaar paaltje aan het begin van de pad zou het probleem hebben opgelost. Legaal.


(Ingekorte versie vandaag ook verschenen in rubriek '60 Seconden in Haarlems Dagblad.)

Jaagpad. Foto Richard Stekelenburg ©
Zie ook berichtgeving site HD: HIER

woensdag 5 december 2012

Gerrit

We vonden een hoed. Dat wil zeggen: een vriend van mij zei ineens: ,,Daar ligt een hoed’’.

We zaten achterin de rookruimte van het café waar we vaker kwamen en hadden het nieuws van het overlijden van Gerrit van Dijk net gehoord.
Op een plank, achterin dat café lag inderdaad een hoed. Een zwarte hoed. We hadden die hoed daar nog nooit gezien.
Gerrit droeg een zwarte hoed.
We pakten de hoed. Hij leek helemaal niet op de hoed van Gerrit. Dit was een jodenhoed, ik ken de juiste benaming niet, maar zo’n hoed die je op het Waterlooplein koopt en die vaak door joden wordt gedragen. Zo’n hoed. Maar wel zwart.
We pasten de hoed. Hij stond mijn vriend beter dan mij. Al paste hij me wel, terwijl ik toch een vrij grote kop heb. Een vriendin in het gezelschap zakte hij over de oren.
Op mijn mobiele telefoon draaide we toen een filmpje van Gerrit: Pas a deux, een van de mooiste films die Gerrit volgens mij heeft gemaakt. In het voorste gedeelte van de kroeg werd discomuziek gedraaid. Maar dat hoorden we niet. Niet echt.
Toen het filmpje klaar was, keken we naar de zwarte hoed. En naar elkaar. Er viel op dat moment gewoon even heel erg weinig te zeggen. Dus keken we. Naar die hoed.

maandag 22 oktober 2012

Poppenkast


Rikkie en Slingertje. Copyright RS

Oog in oog stond ik gistermiddag met de beroemde Haarlemse poppenkastpoppen Rikkie en Slingertje. Ter gelegenheid van een kleine tentoonstelling staan ze momenteel in een vitrinekast in de Stadsbibliotheek.
De opening van die tentoonstelling werd opgeluisterd met een heuse poppenkastvoorstelling door gelegenheidsspelers Michaëla Bijlsma en Joost Mulder. Dat was reden te meer om even te gaan kijken. Poppenkast wordt er nog altijd volop gemaakt in deze stad - vorige week nog met de verkiezing van de nieuwe stadsdichter - maar hoe vaak gebeurt dat nou nog met poppen?!
Het was er best druk, vooral met 'kinderen van vroeger': vijftigers, zestigers en nog ouder, die gezeten op kleine krukjes de poppen hoorden spreken. In hun midden bevond zich Edith Baartmans-Otten, weduwe van de geestelijk vader van Rikkie en Slingertje. Ze genoot, en dat was een genot om te zien.
Ik zelf moet terug naar mijn allerprilste jeugdherinneringen om bij Rikkie en zijn aapje te komen. Ik was nog geen vijf toen de tv-serie stopte. En hoewel ik me flarden voor de geest kan halen van een bezoek aan poppentheater Merlijn, weet ik eigenlijk niet of dat geheugen of verbeelding is.
Het doet er niet veel toe. Als ik de gordijntjes van mijn herinneringen open schuif, komt er volstrekt onschuldig kinderlijk plezier tevoorschijn. En daar ging het gistermiddag om.

(ook verschenen in de rubriek '60 seconden' in HD van 22 oktober)
  
Edith Baartmans voor de poppenkast. Copyright RS

PS: Toen ik later die middag op de redactie van Haarlems Dagblad was, móest ik de kelder in om de krant op te zoeken met die foto die me zo helder voor ogen staat. Een indrukwekkend beeld, op de voorpagina. Datum: 10 september 1993:


 

maandag 15 oktober 2012

Gerrit

Door potloodstreek gegrepen,
opgetild in kleurenkrijt
en meegesleurd in strepen,
door verwrongen werkelijkheid
en ingekleurde dromen
langs Mickey Mouse, Tarzan, Betty Boop
dansend door de wereld,
dansend in een strijd
Het kind dat er moest komen.
Vaders hand, bij-na vastgepakt
Een vermoorde vlinder vastgeplakt
Met in JUTE gehulde idealen,
blokjes kaas op donderdag,
een vooropgezet verdwalen

‘Ik tel mijn dagen,
Ik tel mijn tekeningen’
We vieren veertig jaar,
Help, de tekenaar gaat dood.

Hij. Pakt. Mij. Langzaam. Op
Beweegt me,
Dus… ik ben…

Dan is het pauze
Tijd voor sigaret
Gouden kalf op de revers
Zilveren  kringen om het hoofd
Glimlach in de ogen
Ja, nu nog even zeiken voor de foto
Gerrit. Houdt. Nooit. Op.


dinsdag 9 oktober 2012

Lief liedje

Dit weekend voor het eerst gehoord. En ik vind t een lief, ontroerend liedje. Om te delen dus.



Als de oorlog komt,
En als ik dan moet schuilen,
Mag ik dan bij jou?
Als er een clubje komt,
Waar ik niet bij wil horen,
Mag ik dan bij jou?
Als er een regel komt
Waar ik niet aan voldoen kan
Mag ik dan bij jou?
En als ik iets moet zijn,
Wat ik nooit geweest ben,
Mag ik dan bij jou?

Mag ik dan bij jou schuilen,

Als het nergens anders kan?
En als ik moet huilen,
Droog jij m’n tranen dan?
Want als ik bij jou mag,
Mag jij altijd bij mij.
Kom wanneer je wilt,
Ik hou een kamer voor je vrij.

Als het onweer komt,

En als ik dan bang ben,
Mag ik dan bij jou?
Als de avond valt,
En ’t is mij te donker,
Mag ik dan bij jou?
Als de lente komt,
En als ik dan verliefd ben
Mag ik dan bij jou?
Als de liefde komt,
En ik weet het zeker,
Mag ik dan bij jou?

Mag ik dan bij jou schuilen,

Als het nergens anders kan?
En als ik moet huilen,
Droog jij m’n tranen dan?
Want als ik bij jou mag,
Mag jij altijd bij mij.
Kom wanneer je wilt,
Ik hou een kamer voor je vrij

Mag ik dan bij jou schuilen,

Als het nergens anders kan?
En als ik moet huilen
Droog jij m’n tranen dan?
Want als ik bij jou mag,
Mag jij altijd bij mij
Kom wanneer je wilt,
‘k hou een kamer voor je vrij.

Als het einde komt,

En als ik dan bang ben,
Mag ik dan bij jou?
Als het einde komt,
En als ik dan alleen ben,
Mag ik dan bij jou?