zondag 17 november 2013

Pek en veren

Soms moet je stelling nemen, en je uitspreken tegen onzalige, zo niet licht-krankzinnige ideeën. Bij deze ga ik dat doen. En dat ga ik doen als trotse, wellicht soms ietwat sentimentele Haarlemmer.
Ik hou van mijn stad, van zijn verhalen, zijn historie, zijn mooie plekjes, de oude Bavo, het Spaarne en van Coster. En al kan ik me soms ook ergeren - aan een wanstaltige beeld van Kenau en Ripperda op het Stationsplein bijvoorbeeld, of aan het onzinnig slopen van een prachtig mooi schoolgebouw in Schalkwijk - dan nog blijf ik, in al mij trots, Haarlemmer.
Beoogd PvdA-wethouder Joyce Langenacker stelde deze week voor mijn, uw, onze stad om te dopen tot Kennemerstad. Op zo'n moment staat mijn verstand even stil en slaat mijn hart even over.
Ik ben geen Kennemerstadter, of hoe dat ook moet heten, mevrouw Langenacker. Uw streven om de samenwerking met omliggende gemeenten te versterken, mag lovenswaardig zijn, daarvoor verkwansel je niet de naam van de stad. Dat burgemeester Heiliegers van Haarlemmerliede en Spaarnwoude zijn gemeente in de uitverkoop doet, moet hij weten.
Ik woon bij de enig overgebleven stadspoort van Haarlem. De naam van de stad opgeven? Er zijn er voor minder met pek en veren die poort uitgedonderd, denk ik dan.

Eerder geplaatst als '60 seconden' in Haarlems Dagblad van 15 november

dinsdag 15 oktober 2013

Sint is laat

De pepernoten liggen alweer een tijdje in de schappen. Ook de chocoladeletters zijn gearriveerd. Nu ook de discussie over het racistische gehalte van Zwarte Piet weer is opgelaaid, is het duidelijk: hoewel de Goedheiligman zich nog niet in levenden lijve liet zien, hij is weer in het land.
'Beetje vroeg' , hoor ik om mij heen brommen. Ook dat is ritueel. Maar ik ervaar het dit jaar anders.
In mei was ik drie dagen in de Italiaanse havenstad Bari. Ik wist dat hier het graf van Nicolaas lag. Wat ik niet wist, is dat de Barinesen elk jaar op 6, 7 en 8 mei (míjn drie dagen!) een feest aan hem wijden. Voor het Festa di San Nicola wordt de hele stad versierd, de luchtmacht geeft een luchtshow, en langs de kustlijn is een kilometers lange braderie waar Italianen uit de wijde omtrek op af komen.
Bari viert de herovering van de botten van Sint Nicolaas. Die stierf in Myra en werd daar ook begraven. Maar toen werd Myra Turks, en vonden die katholieke Barinesen dat Sints knekels daar niks meer te zoeken hadden. In 1087 werden ze gekaapt. Hoogtepunt van het feest is - jawel - de intocht per boot. Ik heb twee uur aan de kade gestaan voor de botten van de Sint. Het was fantastisch. Maar zonder lachende Piet die mij toeriep, en zonder suikergoed. Sindsdien heb ik dit jaar trek in pepernoten.

Festa di San Nicola. © RS
 Eerder verschenen als '60 seconden in HD van 15/10/2013

zondag 28 april 2013

Hikken in een theedoek

In de categorie kleine ongemakken is de hik een van de vervelendste. Dat komt omdat het ongemak meerledig is. Het hikken 'an sich' is stomvervelend, maar daar blijft het niet bij. Je veronderstelt al gauw dat anderen stevig aan je verstand twijfelen als je ongecontroleerd ademstootjes zit te schokken. Of dat ze denken dat je stomdronken bent.
Een vriendin van mij kreeg de hik toen we aan de bar van een café zaten. Nee, ze was niet dronken. Maar leg dat hikkend op je kruk met een vaas pils voor je neus maar eens uit. Ze wilde er dan ook snel vanaf. Maar hoe?
Iedereen kent alle remedies die er tegen de hik bestaan: schrikken, je adem inhouden, rustig en diep ademhalen, op je kop een glas water drinken... Helpen ze ook? Bij mij nooit.
Dus toen een bargenoot vol overtuiging riep dat hij kon garanderen haar van de hik af te kunnen helpen, was ik niet overtuigd. ,,Duizend euro! Durf ik er op te zetten’’, zei hij.
Hij bestelde een glas water en vroeg om een schone theedoek. De theedoek werd over het glas gelegd. ,,Hier, drink dit op. Door de theedoek heen, met je neus in het glas.’’ Ik had even spijt dat ik de weddenschap niet was aangegaan.
Maar nog geen vijftien seconden en paar slokken water later was duidelijk dat mijn vriendin haar hik echt kwijt was. ,,De hik zit tussen je oren’’, legde de bargenoot uit. Of ik die uitleg snap, weet ik nog steeds niet.

(Eerder verschenen als '60 Seconden' in Haarlems Dagblad van 27 april) 


woensdag 17 april 2013

Begijnen

Met het overlijden op 92-jarige leeftijd van de Belgische begijn Marcella Pattyn is een volledige religieuze traditie uitgestorven. Sinds de elfde eeuw wijdden begijnen gezamenlijk hun leven aan het christelijke geloof. Niet in een klooster, maar in een hof.
In Haarlem hebben we, zoals u weet, ook een begijnenhof en dat maakt het nieuws voor mij iets bijzonderder. Temeer daar ik me de afgelopen weken een paar keer nogal letterlijk met de vergankelijkheid van deze religieuze vrouwen heb bezig gehouden. Ik heb bij Bureau Archeologie in de Bakenesserkerk meegeholpen de vorig jaar onder het Donkere Begijnhof opgegraven skeletresten bij elkaar te passen.
Dat werk kon niet aardser zijn: zo heb ik met plakband van de Gamma twee schedels van de dames in hun min of meer oorspronkelijke staat teruggebracht.
Het heeft even geduurd voor ik wist wat begijnen waren. Ik weet niet meer wanneer en hoe ik erachter kwam, maar ik was de pubertijd wel al voorbij denk ik. Omdat het Haarlemse begijnenbuurtje al langer dan mijn heugenis terrein is van het oudste beroep ter wereld, wist ik als kind niet beter dan dat begijn een ander, nóg mysterieuzer woord was voor: prostituee, hoer, lichtekooi.
Denkend aan mevrouw Pattyn vind ik dat een van mijn meest beschamende én hilarische misvattingen.

(Eerder verschenen als '60 seconden'  in Haarlems Dagblad van 17 april)

copyright RS

dinsdag 16 april 2013

Pinnen

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik ben helemaal om. Ik betaal zelden nog met papiergeld en muntjes, en ik heb dat ook nog zelden op zak. Ik pin. Ik pin me een slag in de rondte. In supermarkt, café, en broodjeszaak om de hoek. Tot en met de kleinste bedragen. Ik pin, en vind dat heerlijk.
Toegegeven, het heeft ook nadelen. Voor de frisdrankautomaat op het werk moet ik regelmatig bietsen. Dat ding heeft geen betaalgleuf. 
Hoe groot is daarentegen het genot dat ik van dat mallotige Nederlandse afronden aan de kassa af ben. Het is geen principieel bezwaar dat ik daar tegen heb hoor, ik miste gewoon de cent. Met mijn pinpas heb ik de cent weer terug. Al is die dan van plastic.
Mijn twee vaste supermarkten hebben tegenwoordig een pinkassa, wat ik toejuich. Een daarvan heeft ’m sinds een week of twee, en daar heeft de caissière noodgedwongen tijdelijk een nieuw zinnetje aan haar vaste repertoire toegevoegd. Naast ’Goedemiddag’, ’Wilt u de bon’ en ’Fijne dag nog’, klinkt er: ’Meneer/mevrouw, u weet dat u hier alleen kunt pinnen?’ Ik knik daarop met een glimlach.
Maar dan blijkt dat nog niet álles wil vlotten. Bij het afrekenen van boodschappen ter waarde van 7,32 euro, klinkt nog altijd: ,,Dat is dan 7 euro 30.’’ Fout! Ik pin! En met liefde betaal ik die twee extra centen. Al zijn ze van plastic.

(Eerder verschenen als '60 seconden' in Haarlems Dagblad van 16 april)