vrijdag 22 juli 2016

Schijtvogel

Kauwen, spreeuwen, meeuwen, zwaluwen, koolmezen, reigers, eenden en futen - het maakt me eigenlijk niet zoveel uit van welk merk ze zijn. Ik heb iets met vogels. Ik vind ze mooi, grappig en eigenwijs. Dat ze al hupsend of zittend op een tak hun snavel moeten gebruiken om het gebrek aan handen en zelfs voorpoten op te lossen, vind ik bijna even intrigerend als het feit dat ze kunnen vliegen.
Verder heb ik weinig verstand van ze.
Toen ik eerder deze week aan het begin van de avond langs de Dreef fietste, zag ik tot mijn verrassing een prachtige roofvogel boven mijn hoofd op een lantaarnpaal zitten. En hij bleef daar doodgemoedereerd zitten toen ik afstapte om hem beter te bekijken. Of het een buizerd was of toch een valk of - wie weet - een sperwer, weet ik niet zeker. Dat Van der Valk ooit bedacht een toekan op het dak te moeten plaatsen bij wijze van logo, heeft mijn gevoel voor roofvogelherkenning vroegtijdig volledig verstoord, vrees ik.
Terwijl ik bewonderend een foto maak, komen er twee puberjongens aangefietst. Als ze de lantaarnpaal met vogel naderen, kijken ze kort omhoog, draaien vervolgens - alsof het zo is afgesproken - allebei een beetje aan hun stuur om vervolgens met 'n boogje onder de lantaarn door te fietsen. ,,Zoiets moet niet op je schijten...", hoor ik de één tegen de ander zeggen.
copyright RS


 Eerder geplaatst als 60 seconden in HD van 20 juli

donderdag 21 juli 2016

Gensverslavend

Sinds we afgelopen weekend uitgebreid op pad zijn geweest om oude grenspalen in de omgeving te vinden, zie ik ze overal. Ook als ze er niet zijn. Grenspaaltjes vinden blijkt even verslavend als het aloude vakantiespelletje 'nieuwste kentekenplaten spotten'. Of - zo kan ik mij voorstellen - als dat Pokémon-Go, het virtuele tikkertje waarmee twintigers deze zomer hun kinderjaren 2.0 herbeleven.
Een grenspaaltjes-app zou best handig zijn, bedenk ik me, terwijl we al twee uur lang door de Waterleidingduinen struinen. We hebben inmiddels 57 herten gezien, mijn jeugdige Zomerpaginacollega heeft al twee Pokémon gevangen, maar we hebben nog géén paal.
Er is ooit wel iemand begonnen met zo'n app, zag ik al googelend, maar die heeft kennelijk niet doorgezet. De downloadpagina is althans 'niet beschikbaar'.
Wij speelden vroeger op straat 'grensje', dwalen mijn gedachten af. Zonder app. Maar mét een krijtstreep op de stoep waarover je per skelter, step of fiets smokkelwaar langs je douanevriendjes moest zien te krijgen. Het smokkelwaar bestond, zo hadden we afgesproken, uit blaadjes van de ligusterhaag aan het einde van de straat.
'Daar!' hoor ik mezelf in merkwaardige extase roepen. ,,Een Pokémon?'', klikt het grappend naast me. Maar de grenspaal staat er echt.

 Eerder geplaatst als 60 seconden in HD van 20 juli

donderdag 2 juni 2016

Cornelis

Menselijke schedels hebben de intrigerende eigenschap áltijd te grijnzen. Tot aan de beide kaakgewrichten, alle resterende tanden bloot.
Zo ook Cornelis. Zo heet hij vanaf nu, de 35 tot 45 jaar oud geworden 15e-eeuwse Haarlemmer die begin 2012 werd opgegraven op de Botermarkt en sinds najaar 2014 ligt ’opgebaard’ in een glazen kist in het Archeologisch Museum.
Cornelis krijgt een gezichtsreconstructie en daarmee zijn smoeltje terug. Ik ben meer dan benieuwd. Sinds ik bij Bureau Archeologie een paar jaar terug mocht helpen bij het bij elkaar passen en plakken van middeleeuwse skeletresten als die van Cornelis leven deze stadsgenoten een beetje voor me.
Het Archeologisch Museum nodigt kinderen vanaf donderdag uit een tekening te maken van hoe zij denken dat Cornelis-van-vlees-en-bloed eruit zag. De prent die in oktober het meest lijkt op de professionele reconstructie wint een prijs. Leeftijdstechnisch ben ik uitgesloten van deelname. Ik teken mijn eigen Cornelissen in m’n hoofd, maar kom eigenlijk niet verder dan wat slagen in de lucht. Die malle scheve hoektanden van ’m, die weggeslagen neus...
Zo breed als zijn onbeklede doodskop zal Cornelis straks niet grijnzen, zoveel lijkt me zeker. Maar ik zal hem toelachen straks, dat weet ik ook.

 Eerder geplaatst als 60 seconden in HD van 2 juni
copyright RS
.

vrijdag 4 maart 2016

Briefje

Tussen het nieuws van alledag, met groot en klein leed, ambitieuze toekomstplannen en inmiddels gestrande voormalige vergezichten, valt er op de redactie van deze krant heel soms gewoon een klein, lief briefje in de brievenbus. Een handgeschreven briefje dit keer.
Voor zover het feit dat het briefje handgeschreven is al niet verraadt dat het om een oudere lezer gaat, doet het handschrift dat wel. De hoofdletter E wordt niet meer gemaakt met fraaie krul in de top. En de onderkast 't' zie je nog zelden beginnen óp schrijfregel, dan schuin naar boven gaan, vervolgens loodrecht naar beneden om dan met een speels zwaaitje naar links te beginnen aan het streepje.
De interpunctie lijkt gevoelsmatig gekozen, maar dat maakt de boodschap des te meer 'recht uit het hart'.
Het briefje is gedateerd '24 febr.' en ondertekend met: 'Mevr. E. de Boode'. Uit Schalkwijk.
'Beste Redactie. 's Morgens half 9 ga ik de hond uitlaten, vind ik een tasje wil ik weggooien zit er een schildpadje in. Meegenomen in m'n jaszak. En thuis bleek, hij leefde, leuk toch? In een bakje gedaan. Woensdags volgende dag dierenambulance gebeld. En in deze tijd van vluchten en veel verdriet komt de dierenambulance mijn schildpadje ophalen. Daar word ik heel warm van. Zulke dingen gebeuren ook.'

 Eerder geplaatst als 60 seconden in HD van 2 maart.

woensdag 27 januari 2016

Korte broek

Met pijn en moeite wist de Hollandse winter zich vorige week een etmaal onder het vriespunt te persen. Maar al gauw hulde Koning Winter zich weer in de mantel die hem tegenwoordig prettiger past: die van de herfst, met een knipoog naar de lente.
De gevolgen zijn evident: muggen dansten rond de kerstboom en de vlierbes loopt al uit. En ik weet niet of het waar is, maar de ingezakte verkoop van winterjassen schijnt V&D net dat laatste duwtje te hebben gegeven.
Hoe zou het zitten met de verkoop van korte broeken, vraag ik me af. Al sinds begin december verbaas ik me over opvallend veel mannen in korte broek. Ik heb gezocht, maar kan niets vinden over een nieuwe wintermode die herenpantalons tot boven de knieën voorschrijft. Ik zelf vind het er met zes graden boven nul nog steeds te koud voor.
Behalve om sportieve rondhol-types lijkt het te gaan om rockers en skaters. Blank dus, al dan niet met hipsterbaard. Het is het type roadie: mannen die je voor en na rockconcerten met de spullen van de band ziet slepen. Ik heb geen idee waar ze vandaan komen, en ik zeg dat omdat ik er één Duits en één Engels hoorde praten. Onder een van deze winterkortebroeken zag ik in het voorbijgaan een getatoeëerde roos op een kuit. 'Een bloeiende roos in januari, zie je, de natuur is in de war', dacht ik nog.
 Eerder geplaatst als 60 seconden in HD van 25 januari.