zondag 8 maart 2015

Op een mooie lentedag

Bolwerken.  Copyrights RS

Kenaupark .Copyrights RS

Vlooienveld. Copyrights RS

Vlooienveld. Copyrights RS

Bolwerken. Copyrights RS

Bolwerken. Copyrights RS

Vijverlaan. Copyrights RS

donderdag 5 maart 2015

Rust zacht, Carel Visser

Beeldend kunstenaar Carel Visser is dood, en ik schrok toen ik dat gisterochtend hoorde. Niet omdat ik een groot bewonderaar van hem ben, trouwens. Hij heeft prachtig werk gemaakt, daar niet van, maar zijn ongetwijfeld veruit lelijkste kunstwerk staat pal voor mijn slaapkamerraam. Het is de metershoge zwart-wit gevlekte betonnen paal met rode hanenkam die Visser in 1989 in opdracht maakte ter ere van 150 jaar Nederlandse Spoorwegen. Die paal staat nu al ruim 25 jaar buitensporig wanstaltig te wezen op de hoek van de Amsterdamsevaart en de Gedempte Oostersingel Gracht.
Ik heb het me vaak afgevraagd: Zou Visser nou gewoon zijn dag niet hebben gehad? Is dit zijn antwoord op te vaak een trein gemist? Of werd de creativiteit van de kunstenaar hier wellicht vermorzeld in het keurslijf die de opdrachtgevers hem hadden aangetrokken?
Misschien lag het wel aan mij. Jaren geleden vroeg ik het aan een collega-kunstredacteur: 'Wat is dit, hoe moet ik hier naar kijken?' Hij kwam niet verder dan: 'Die Visser is een groot kunstenaar hoor...'
Het oordeel van zijn opvolger, jaren later, in een rubriek over buitenkunst die we samen maakten, was uitgesprokener. Zij stelde: 'Visser was hier het spoor bijster'. Daar kon ik vrede mee hebben. Rust zacht, meneer Visser.
 Eerder geplaatst als 60 seconden in HD van 3 maart.
foto RS

zaterdag 28 februari 2015

Linsey

Mijn stad is er voor eeuwig. Ik ben slechts passant. Zo loop ik in mijn stad, mezelf steeds verwonderend over wat is, was en wat misschien nog komt. Alles is vergankelijk, maar de stad blijft. En zo bouwt de stad mij op, en ik haar nauwelijks.
Er worden fietsenrekken weggehaald en teruggezet, Loutje staat op zijn sokkel, en elke avond om 9 uur klinken de Damiaatjes.
Decennia geleden, voor ik geboren werd - denk ik - klonken die Damiaatjes trouwens twintig minuten. Tegenwoordig is dat een vol half uur. Ze zouden eigenlijk precies 12 minuten en 19 seconden moeten luiden, legde de dichter Jan Kal me eens uit op het terras van café Koops. Als verwijzing naar het jaartal van de verovering van Damiate.
Toen ik, ik denk in 1997, voor het eerst Koops binnenstapte, was ik verbaasd dat ik dit eeuwenoude café nooit eerder had opgemerkt. Het bleek pas een paar jaar te bestaan. En pas jaren dáárna hieven wij het glas omdat eigenaar Rolf ook echt eigenaar was geworden.
Vier jaar geleden wandelde Linsey daar binnen en sindsdien werkt ze er sinds mensenheugenis. Maar donderdagavond dronken we dan toch op haar allerlaatste dag als barvrouw hier.
In snippers en kleine fragmenten verandert de stad, die in al zijn eeuwigheid dezelfde blijft.
Dank je nogmaals, Linsey.
Proost!

Eerder geplaatst als 60 seconden in HD van 28 februari.

Linsey Foto copyright RS

zaterdag 10 januari 2015

Bloemenmeisjes

,,Het tijdperk van een wat naar binnen gekeerd stadje dat wordt bevolkt door een stelletje Houten Haarlemmers is voorbij.'' Burgemeester Bernt Schneiders had deze woorden afgelopen maandagavond tijdens zijn nieuwjaarsrede bijna als een Verlosser uitgesproken. Het juk van het stigma was afgeworpen. Zoiets.
Dat bleek allemaal te zijn gebeurd tijdens het nogal lawaaierig en met veel tromgeroffel geld inzamelen voor het goede doel rondom een glazen huis op de Grote Markt. De blik was verruimd en deuren waren open gegaan. We waren wereldburgers in een wereldstad geworden!
Zouden ze dat buiten Haarlem nu ook vinden?, vroeg ik me af, terwijl ik een schaal met keurige blokjes kaas met zilveruitje aan een prikkert
je-met-Hollands-vlaggetje voorbij zag komen. En wat betekende dat dan? Moesten we ons anders gaan gedragen? Wereldser, grootser?
Voor het eerst waren we dit jaar op de nieuwjaarsreceptie niet ontvangen door de Haarlemse Bloemenmeisjes. Waren zij gesneuveld in het nieuwe Haarlemse werelds-zijn? Tien jaar lang heb ik bij binnenkomst vriendelijk bedankt voor de aangeboden corsage. Ineens had ik daar spijt van. Als herboren niet-Houten Haarlemmer miste ik onze Bloemenmeisjes.

Eerder verschenen als '60 seconden' in Haarlems Dagblad van 7 januari