Mijn stad is er voor eeuwig. Ik ben slechts passant. Zo loop ik in mijn
stad, mezelf steeds verwonderend over wat is, was en wat misschien nog
komt. Alles is vergankelijk, maar de stad blijft. En zo bouwt de
stad mij op, en ik haar nauwelijks.
Er worden fietsenrekken weggehaald en teruggezet, Loutje staat
op zijn sokkel, en elke avond om 9 uur klinken de Damiaatjes.
Decennia geleden, voor ik geboren werd - denk ik - klonken die
Damiaatjes trouwens twintig minuten. Tegenwoordig is dat een vol half
uur. Ze zouden eigenlijk precies 12 minuten en 19 seconden moeten
luiden, legde de dichter Jan Kal me eens uit op het terras van café
Koops. Als verwijzing naar het jaartal van de verovering van Damiate.
Toen ik, ik denk in 1997, voor het eerst Koops binnenstapte, was
ik verbaasd dat ik dit eeuwenoude café nooit eerder had opgemerkt. Het
bleek pas een paar jaar te bestaan. En pas jaren dáárna hieven wij het
glas omdat eigenaar Rolf ook echt eigenaar was geworden.
Vier jaar geleden wandelde
Linsey
daar binnen en sindsdien werkt ze er sinds mensenheugenis. Maar
donderdagavond dronken we dan toch op haar allerlaatste dag als barvrouw
hier.
In snippers en kleine fragmenten verandert de stad, die in al zijn eeuwigheid dezelfde blijft.
Dank je nogmaals, Linsey.
Proost!
Eerder geplaatst als 60 seconden in HD van 28 februari.
 |
| Linsey Foto copyright RS |